iO8 in- en uitgangsuitbreiding – installatiehandleiding
Installatiehandleiding voor de Trikdis iO8 in- en uitgangsuitbreiding: aansluiten op de RS485-bus, instellen van de in- en uitgangen in de alarmcentrale of de communicatiemodule, gebruik vanuit de Protegus 2-app.
- 20 min lezen
1. Overzicht
De iO8 (in de Trikdis-documentatie iO-8) is de bekabelde in- en uitgangsuitbreiding van Trikdis: een kleine print met acht universele klemmen, die elk als ingang (zone) of als uitgang (PGM) kunnen worden ingesteld. Het is geen zelfstandig apparaat – de module wordt altijd aangesloten op een Trikdis-alarmcentrale, -communicatiemodule of -poortbesturing (hierna: het hoofdapparaat), op de RS485-bus daarvan, en krijgt haar instellingen in het configuratieprogramma van het hoofdapparaat, TrikdisConfig.

1.1 Waarvoor dient de module, hoe werkt ze
Als een Trikdis-apparaat geen vrije ingangen of uitgangen meer heeft, krijgt u er met de iO8 acht bij. Typische toepassingen:
- meer zones voor een communicatiemodule of alarmcentrale: extra openingsdetectoren, bewegingsdetectoren, rookmelders, sabotagecircuits;
- meer stuurbare uitgangen: poort, garagedeur, verwarming, verlichting, pomp, ventilatie – alles wat met een contact of relais kan worden geschakeld en wat u vanuit de Protegus 2-app wilt bedienen;
- aansluitpunt op afstand: de iO8 kan los van het hoofdapparaat worden geplaatst, dicht bij de detectoren en de verbruikers, zodat de zonebedrading korter kan zijn.
De iO8 werkt niet zelfstandig: de module geeft de toestand van de ingangen door aan het hoofdapparaat en schakelt de uitgangen op commando van het hoofdapparaat. Daarom zijn het zonetype, de alarmlogica, het doorsturen van gebeurtenissen naar de meldkamer en naar Protegus 2 en de functie van de uitgangen allemaal instellingen van het hoofdapparaat, volgens de handleiding daarvan. Via de RS485-bus komen de gebeurtenissen zonder vertraging bij het hoofdapparaat aan, en de toestand van elke klem is ook in realtime zichtbaar in de Protegus 2-app. Het hoofdapparaat bewaakt de busverbinding voortdurend: als de verbinding tussen de iO8 en het hoofdapparaat wegvalt, meldt het hoofdapparaat een busstoring en brengt het meteen zowel de meldkamer als de gebruiker op de hoogte.
Trikdis iO8 bekabelde uitbreidingsmodule
De draadloze versie is de iO8-LORA, die via de RF-LORA-zendontvanger per radio verbinding maakt met de FLEXi SP3-centrale of de GATOR-poortbesturing – als er naar de plaats van de uitbreiding geen kabel kan worden gelegd.
Trikdis IO8-LORA draadloze uitbreidingsmodule
1.2 Compatibele hoofdapparaten
De iO8 kan op deze apparaten worden aangesloten; de steeds actuele lijst van compatibele apparaten en de technische gegevens vindt u op de iO-8-productpagina van trikdis.com. De tabel laat ook zien hoeveel iO8-modules één apparaat aankan en waar u de uitbreiding in TrikdisConfig vindt – de details staan in de handleiding van het hoofdapparaat. De productpagina noemt in het algemeen maximaal vier iO8-modules per systeem, afhankelijk van de firmware van het hoofdapparaat; het precieze aantal per hoofdapparaat staat in de tabel.
| Hoofdapparaat | Maximaal aantal iO8 | In TrikdisConfig | Handleiding |
|---|---|---|---|
| FLEXi SP3-alarmcentrale | in totaal 8 uitbreidingsmodules in het systeem | Modules → RS485 modules | Handleiding FLEXi SP3 |
| CG17 compacte alarmcentrale | volgens de handleiding van de CG17 | Modules → RS485 modules | Productpagina CG17 |
| E16, E16T Ethernet-communicatiemodule | 4 | RS485 modules | Handleiding E16T |
| G16, G16T 4G-communicatiemodule | 4 (alleen de 4G-versie heeft RS485) | RS485 modules | Handleiding G16T |
| GT, GT+ 4G-communicatiemodule | 4 | RS485 modules | Productpagina GT |
| G17F brandmeldcommunicatiemodule | volgens de handleiding van de G17F | RS485 modules | Productpagina G17F |
| GV17 GATOR-poortbesturing (in de lijst van Trikdis: GATOR Cellular) | 1 | Modules | Productpagina GV17 |
| WP17 GATOR WiFi-poortbesturing | 1 | Modules | Productpagina WP17 |
De oudere 2G-versies van de E16 en de G16 hebben geen RS485-bus; daarop kan de iO8 niet worden aangesloten. De oudere SP231-centrale staat niet meer tussen de compatibele apparaten.
1.3 Technische gegevens
| Eigenschap | Waarde |
|---|---|
| Voedingsspanning | 10–26 V DC |
| Stroomverbruik | maximaal 20 mA (zonder de verbruikers die op de uitgangen zijn aangesloten) |
| Belastbaarheid van de AUX-klem | geen eigen grens – de AUX-klemmen zijn een voortzetting van +DC en −DC; hoe zwaar ze belast kunnen worden, bepaalt de voeding die op de klemmen +DC en −DC is aangesloten |
| Universele klemmen | 8, elk instelbaar als ingang of als uitgang |
| Type ingang | NC, NO, EOL – afhankelijk van het hoofdapparaat ook andere afsluitingen (ATZ); naast NC, NO en EOL zijn ook de circuittypes EOL_T, BEOL, ATZ en ATZ_T mogelijk |
| Eindweerstand | 2,2 kΩ of 10 kΩ – bepaald door het hoofdapparaat |
| Ingangsspanning | maximaal de voedingsspanning |
| Type uitgang | open collector (OC) |
| Belastbaarheid van de uitgang | maximaal 100 mA |
| Bedrijfsomgeving | −10 … +55 °C, maximaal 80% relatieve luchtvochtigheid (bij +20 °C) |
| Afmetingen | 65 × 90 × 15 mm |
Overige eigenschappen:
- de print is beschermd tegen elektromagnetische storingen en overspanning;
- de firmware van de module kan op afstand worden bijgewerkt, zodat de module altijd de nieuwste functies van het systeem ondersteunt;
- een ingebouwde sabotage-ingang beschermt tegen het onbevoegd openen van de behuizing – de installatiebeschrijving en de aansluitschema's van Trikdis werken dit niet verder uit.
Zoneverdubbeling
Bij de FLEXi SP3 kunnen de klemmen van de iO8 ook met ATZ-bedrading (zoneverdubbeling) worden gebruikt: op één klem komen twee detectoren, elk met een eigen weerstand, zodat de acht klemmen maximaal 16 zones opleveren. Welke circuittypes het hoofdapparaat kent, vindt u in de handleiding daarvan.
1.4 Klemmen en leds
| Klem | Functie |
|---|---|
| +DC, −DC | voeding, 10–26 V DC – meestal van de 12 V-AUX-uitgang van het hoofdapparaat of de alarmcentrale |
| A, B | RS485-bus naar de klemmen A en B van het hoofdapparaat (A naar A, B naar B) |
| AUX, AUX | doorvoeren van de voedingsspanning naar de verbruikers die op de uitgangen zijn aangesloten (op de uitgangsschema's AUX+) |
| 1–8 | de acht universele klemmen; als ingang komt het detectorcircuit tussen de klem en de naastgelegen C, als uitgang komt de verbruiker tussen AUX+ en de klem |
| C | gemeenschappelijke klem – één gemeenschappelijke klem per twee universele klemmen |
Op de print zitten drie leds: POW (voeding), NET (dataverbinding met het hoofdapparaat) en TRB (storing) – zo controleert u ter plaatse in één oogopslag de toestand van de voeding en de dataverbinding. De knipperpatronen zijn in de Trikdis-documentatie niet beschreven; of het hoofdapparaat de module ziet, controleert u in TrikdisConfig (paragraaf 3.3).
2. Installatie
Waarschuwing!
Het is verboden om bekabeling uit te voeren op een apparaat dat onder spanning staat. Verwijder vóór het begin van de werkzaamheden de voeding (inclusief back-upbatterijen).De aansluiting bestaat uit vier draden naar het hoofdapparaat, en daarna de detectoren en de verbruikers op de acht klemmen. Werk in spanningsloze toestand: koppel ook de voeding en de accu van het hoofdapparaat los.
2.1 Plaatsing en montage
De iO8 is een dunne print zonder behuizing, ontworpen om eenvoudig in de gangbare behuizingen van alarmcentrales te worden ingebouwd: bevestig de print in de behuizing van het hoofdapparaat of van de voedingseenheid, op afstandhouders, met de vier gaten in de hoeken, of plaats haar in een eigen, afsluitbare behuizing. Plaats de print zo dat de klemmenblokken bereikbaar blijven en de onderkant van de print geen metalen oppervlak raakt. Omdat de iO8 ook ver van het hoofdapparaat, dicht bij de detectoren kan zitten, laat u het lange traject via de RS485-bus lopen, niet via de zonebedrading.
2.2 Aansluiten op het hoofdapparaat
Er zijn vier draden nodig: twee voor de voeding, twee voor de RS485-bus.

- Voeding: sluit de klemmen +DC en −DC aan op de 12 V-AUX-uitgang van het hoofdapparaat (of van de alarmcentrale). De iO8 werkt op 10–26 V DC en verbruikt 20 mA, plus de stroom van de verbruikers die op de uitgangen zijn aangesloten; dit kleine verbruik belast de voeding nauwelijks, ook in een systeem met noodstroom uit een accu. Werkt het hoofdapparaat op een hogere spanning (de GATOR-poortbesturingen bijvoorbeeld ook op 9–32 V), dan heeft de iO8 een aparte voedingseenheid van 12 V nodig; verbind in dat geval de minpolen van de twee voedingen met elkaar.
- RS485-bus: klem A van het hoofdapparaat naar klem A van de iO8, klem B naar klem B. Zijn ze verwisseld, dan meldt de module zich niet aan. Gebruik bij een lang traject getwiste aderparen; de toegestane lengte van de RS485-bus staat in de handleiding van het hoofdapparaat (bij de communicatiemodules en de GATOR maximaal 100 m).
- Sluit meerdere iO8-modules parallel op dezelfde bus aan (A–A, B–B); elke module komt met haar eigen serienummer op de lijst in TrikdisConfig.
De afstanden “tot … m” zijn theoretische maximumwaarden die onder ideale omstandigheden haalbaar zijn. In de praktijk zorgen de kwaliteit en het traject van de kabel, storingsbronnen en bij radioverbindingen muren en terrein voor een duidelijk kleiner bereik. Reken met marge en controleer bij lange afstanden de verbinding bij de inbedrijfstelling.
De klemmen van het hoofdapparaat in de meest voorkomende gevallen:
| Hoofdapparaat | Voeding naar de klemmen +DC / −DC van de iO8 | RS485 naar de klemmen A / B van de iO8 |
|---|---|---|
| FLEXi SP3 | AUX+ / AUX− | 485 A / 485 B |
| E16 | de +12 V AUX-uitgang van de alarmcentrale | A RS485 / B RS485 |
| E16T, G16, G16T (4G) | de +12 V AUX-uitgang van de alarmcentrale | A 485 / B 485 |
| GV17 GATOR | AC/+DC / AC/−DC – alleen als de voeding van de GATOR maximaal 26 V is; anders een aparte 12 V | A RS485 / B RS485 |



- 1 voedingseenheid („Power supply”), 10–28 V DC, 0,5 A
2.3 Ingangen aansluiten
Bij een klem die als ingang wordt gebruikt, komt het detectorcircuit tussen de genummerde klem (op het schema xIN) en de naastgelegen gemeenschappelijke klem C. Er zijn drie basisgevallen:

- NO – in rust open contact, sluiten = inbreuk.
- NC – in rust gesloten contact, openen = inbreuk.
- EOL – met een eindweerstand bewaakt circuit: het hoofdapparaat herkent ook een draadbreuk en kortsluiting.
Het aansluitschema van de ingangen, de waarde van de eindweerstand en de herkende circuittypes worden altijd bepaald door het hoofdapparaat waarop de iO8 is aangesloten, niet door de iO8:
| Hoofdapparaat | Eindweerstand | Overige types |
|---|---|---|
| FLEXi SP3 | 2,2 kΩ (standaard; vijf kiesbare weerstandsprofielen) | DEOL, 3EOL, ATZ-zoneverdubbeling, sabotagecircuit – paragraaf 3.2 van de handleiding SP3 |
| E16, E16T, G16, G16T | 2,2 kΩ | NC/EOL, NO/EOL, NC/DEOL, NO/DEOL – de paragraaf over ingangstypes van de handleiding E16T |
| GT, GT+ | 2,2 kΩ | volgens de handleiding van de GT |
| GV17 GATOR | 10 kΩ | NC, NO, EOL |
De ingangsspanning mag niet hoger zijn dan de voedingsspanning van de iO8. Of een klem een ingang wordt, en van welk type, stelt u in TrikdisConfig in (paragraaf 3.2).
2.4 Uitgangen aansluiten
Een klem die als uitgang is ingesteld, is een open-collectoruitgang (OC): ingeschakeld trekt ze de klem naar de minpool, met een belasting van maximaal 100 mA. De verbruiker komt tussen AUX+ en de genummerde klem (op het schema xOUT).

- R relais („Relay”)
- Relais: schakel een verbruiker met een stroom van meer dan 100 mA of op netspanning (poortmotor, pomp, verlichting) altijd via een relais; de relaisspoel moet bij de voedingsspanning op +DC passen (meestal 12 V), en naast een gelijkstroomspoel is een beveiligingsdiode aan te raden.
- Led: kan rechtstreeks worden aangesloten, met een serieweerstand van 2,2 kΩ.
- De AUX-klemmen hebben geen eigen belastingsgrens: ze zijn een voortzetting van +DC en −DC, dus de verbruikers van alle uitgangen worden gevoed door de voeding die op de klemmen +DC en −DC is aangesloten – let op de belastbaarheid van de AUX-uitgang van het hoofdapparaat.
2.5 Inschakelen
Zet na het controleren van de bedrading de voeding op het hoofdapparaat: de led POW van de iO8 brandt. De module doet niets zolang u haar niet met haar serienummer hebt toegevoegd in de TrikdisConfig-instellingen van het hoofdapparaat – dat is het volgende hoofdstuk.
3. Instellen in TrikdisConfig
De iO8 heeft geen eigen USB-aansluiting en geen eigen instellingenpagina: u stelt alles in het TrikdisConfig-programma van het hoofdapparaat in, en het hoofdapparaat geeft de instellingen automatisch door aan de module. De stappen zijn bij elk hoofdapparaat dezelfde; alleen de naam van de pagina en de plaats waar u de klemmen toewijst verschillen.
Alle Trikdis-apparaten kunnen met één gemeenschappelijk programma worden geprogrammeerd. Dit programma heet TrikdisConfig en kan worden gedownload van de website van de fabrikant.
Installeer het programma na het downloaden. Als bij het starten van TrikdisConfig een nieuwe versie beschikbaar is, download en installeer dan de aanbevolen update.
- Sluit het hoofdapparaat met een USB-kabel aan op de computer, start TrikdisConfig en lees de instellingen uit met de knop Read [F4].
- Voeg de iO8 met haar serienummer toe aan de lijst van modules (paragraaf 3.1).
- Wijs de klemmen toe: welke een ingang wordt, welke een uitgang, en geef hun eigenschappen op (paragraaf 3.2).
- Schrijf de instellingen weg met de knop Write [F5], koppel de USB-kabel los en controleer de werking (paragraaf 3.3).
- In die tijd stopt de normale werking van het apparaat,
- het krijgt zijn voeding via de USB-kabel,
- na het loskoppelen start het opnieuw op (als het onder spanning staat).
3.1 De module aan de lijst toevoegen
Open de modulepagina – bij een alarmcentrale en een poortbesturing Modules, bij een communicatiemodule RS485 modules –, klik op een vrije rij en kies in de keuzelijst Module (bij een communicatiemodule Module Type) het item iO-8 expander (bij een communicatiemodule Expander iO-8, bij de GATOR IO-8). Vul in de cel Serial No. (rechts naast het gekozen moduletype) het serienummer van de iO8 in – alleen de cijfers; het nummer staat op de sticker op de module en op de verpakking.




Bij een communicatiemodule schrijft u na het toevoegen de instellingen naar het apparaat (Write [F5]), koppelt u de USB-kabel los, wacht u een minuut tot de communicatiemodule de module heeft gevonden, sluit u de kabel weer aan en leest u opnieuw uit (Read [F4]): dan verschijnt het eigen, genummerde tabblad van de module (Module 1). Bij een alarmcentrale en bij de GATOR zijn de klemmen van de module direct na het invullen van het serienummer te kiezen in de lijsten van de in- en uitgangen.
3.2 De klemmen toewijzen: ingang of uitgang
Welke van de acht klemmen een ingang wordt en welke een uitgang, wordt afhankelijk van het type hoofdapparaat op een van twee plaatsen bepaald.
Bij een alarmcentrale (FLEXi SP3, CG17) wijst u de klemmen toe in de lijst van de zones en van de PGM-uitgangen: op de pagina Zones kiest u in de keuzelijst Input van een zone het item RS485 Expander ID1, IO1 … IO8, op de pagina PGM op dezelfde manier in de lijst Output van een uitgang. Een klem die u aan een zone toewijst, is een ingang; een klem die u aan een PGM toewijst, is een uitgang. Het zonetype, het soort circuit en de eindweerstand geeft u op bij de instellingen van de zone, de functie van de uitgang bij de instellingen van de PGM.

Bij een communicatiemodule (E16, E16T, G16, G16T, GT, GT+, G17F) geeft u op het eigen tabblad van de module (Module 1) in het veld Input Count op hoeveel klemmen een ingang moeten zijn – geteld vanaf klem 1; de overige worden uitgangen. In de tabel stelt u het type van de ingangen in (Input type: NO of NC), en de melding van de busstoring (BUS_FAULT, Contact ID 333) en van de gebeurtenissen inbreuk/herstel van de ingangen (INPUT1 …, Contact ID 130) (Enable, E/R, CID, Part., Zone). De functie van de uitgangen (inschakelen/uitschakelen of een apparaat schakelen) stelt u in de Protegus 2-app in.

Bij een GATOR-poortbesturing (GV17, WP17) verschijnen de klemmen van de toegevoegde module in de lijst op de pagina IN/OUT, na de eigen klemmen van de poortbesturing, en ze kunnen op dezelfde manier als ingang of uitgang worden ingesteld, met type en functie – volgens de handleiding van de poortbesturing.
De werkwijze kan dus per hoofdapparaat verschillen; stel de zones en de PGM-uitgangen altijd in volgens de handleiding van het hoofdapparaat.
Namen in de app
U kunt de ingangen en uitgangen op de bij het hoofdapparaat gebruikelijke manier een naam geven (zonenaam, uitgangsnaam), zodat in Protegus 2 en in de gebeurtenissenlijst geen volgnummer maar bijvoorbeeld „Tuinpoort” verschijnt. De eigen werkingslogica van de uitgangen (wanneer en waarop ze schakelen) stelt u eveneens op de bij het hoofdapparaat gebruikelijke manier in.
3.3 Wegschrijven en controleren
- Druk op de knop Write [F5] en koppel de USB-kabel los: het hoofdapparaat start opnieuw op met de nieuwe instellingen.
- Lees het apparaat opnieuw uit: het gegeven dat in de lijst van modules in de kolom Firmware version verschijnt (bij een communicatiemodule op het tabblad Module 1), laat zien dat het hoofdapparaat de iO8 ziet. Is de cel leeg, controleer dan het serienummer, de A–B-bedrading en de voeding (hoofdstuk 4).
- Breng de ingangen een voor een in alarm (open het contact, neem de weerstand weg) en controleer of het hoofdapparaat, de meldkamer en Protegus 2 de juiste zone melden.
- Schakel de uitgangen vanuit Protegus 2 (of op de eigen manier van het hoofdapparaat) en controleer het relais of de led.
4. Storingen zoeken en veelgestelde vragen
Als de module niet doet wat u verwacht, controleer dan eerst de bedrading en het serienummer, en daarna de punten hieronder.
Het hoofdapparaat ziet de module niet (lege Firmware version, busstoring)
- Controleer het serienummer: alleen cijfers, precies zoals op de sticker.
- Zijn de draden A en B niet verwisseld, en gaan ze allebei naar de juiste klem van het hoofdapparaat (SP3: 485 A / 485 B; E16T, G16, G16T: A 485 / B 485; E16 en GATOR: A RS485 / B RS485)?
- Heeft de iO8 voeding (POW brandt), en hebben de twee apparaten een gemeenschappelijke minpool?
- Hebt u bij een communicatiemodule na het toevoegen de instellingen naar het apparaat geschreven, en een minuut gewacht voordat u opnieuw uitlas?
- Bij de G16 en de G16T heeft alleen de 4G-versie een RS485-bus.
Hoeveel iO8-modules kunnen op één apparaat worden aangesloten?
Op een communicatiemodule (E16, E16T, G16, G16T, GT, GT+) maximaal vier; op de FLEXi SP3 in totaal maximaal acht uitbreidingsmodules (naast de iO8 tellen ook de iO, de iO-WL en de LORA-uitbreidingen mee); op de GATOR-poortbesturing één. (De productpagina van trikdis.com noemt in het algemeen maximaal vier iO8-modules per systeem, afhankelijk van de firmware van het hoofdapparaat.) Elke module komt met een eigen serienummer op de lijst, en elke module levert 8 klemmen.
Welke weerstand zet ik op de ingang?
De weerstand die het hoofdapparaat verwacht: bij de FLEXi SP3 standaard 2,2 kΩ, bij de communicatiemodules E16, E16T, G16, G16T, GT en GT+ ook 2,2 kΩ, bij de GATOR 10 kΩ. Bewaakte (EOL-)bedrading is aan te raden: zo meldt het hoofdapparaat ook een draadbreuk en kortsluiting, niet alleen de toestand van het contact.
Kunnen er twee detectoren op één klem (zoneverdubbeling)?
Bij de FLEXi SP3 wel: met ATZ-bedrading levert één klem twee zones, met twee verschillende weerstanden – zo geven de acht klemmen van de iO8 maximaal 16 zones. Of uw hoofdapparaat het type ATZ kent, ziet u in de tabel met ingangstypes in de handleiding ervan.
Hoe groot mag de verbruiker op een uitgang zijn?
De uitgang is een open-collectoruitgang: ze schakelt maximaal 100 mA (paragraaf 1.3). Voor elke grotere verbruiker of verbruiker op netspanning is een relais nodig (paragraaf 2.4). De AUX-klemmen hebben geen eigen belastingsgrens: ze zijn een voortzetting van +DC en −DC, en hoe zwaar ze belast kunnen worden, bepaalt de voeding die op de klemmen +DC en −DC is aangesloten.
Hoe ver mag de iO8 van het hoofdapparaat af zitten?
Zo ver als de RS485-bus van het hoofdapparaat toestaat – bij de communicatiemodules en de GATOR maximaal 100 m, met getwiste aderparen. Dit is een waarde voor ideale omstandigheden; controleer bij een lang traject de verbinding tijdens de inbedrijfstelling. Als er geen kabel kan worden gelegd, komt de draadloze versie iO8-LORA in aanmerking.
5. Veiligheidsvoorschriften
Let op!
Elektriciteit kan gevaarlijk zijn en persoonlijk letsel of de DOOD veroorzaken, evenals andere financiële verliezen of schade als het niet correct wordt gebruikt of geïnstalleerd.
De installatie omvat werkzaamheden aan elektrische apparatuur en dient te worden uitgevoerd in overeenstemming met de geldende voorschriften.
Voor geldigheid van de garantie dient het apparaat te worden geïnstalleerd door een gekwalificeerde persoon die de installatievoorschriften voor elektrische apparatuur naleeft en de geldende voorschriften voor de veilige bediening van elektrische apparatuur in acht neemt.
- Alleen een gekwalificeerde persoon mag de iO8 installeren en onderhouden.
- Lees vóór het aansluiten deze handleiding en die van het hoofdapparaat.
- Maak vóór elke aansluiting alles spanningsloos – het hoofdapparaat, de voedingseenheid en de accu.
- Op de uitgangen mag rechtstreeks alleen de toegestane belasting worden aangesloten (maximaal 100 mA); een verbruiker op netspanning alleen via een relais.
- Wijzigingen, aanpassingen of reparaties die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd, doen de garantie vervallen.
- Volg de plaatselijke afvalvoorschriften: gooi het apparaat niet bij het huishoudelijk afval – lever het gebruikte apparaat in als elektronisch afval.
Zie ook
- FLEXi SP3-alarmcentrale – installatie- en programmeerhandleiding – ingangstypes, weerstandsprofielen, pagina Modules.
- Handleiding van de communicatiemodule E16T en handleiding van de communicatiemodule G16T – aansluiten van de iO8 en de pagina RS485 modules bij de communicatiemodules.
- Trikdis GV17 GATOR en Trikdis WP17 GATOR WiFi – de poortbesturingen waarop de iO8 kan worden aangesloten.
- Trikdis iO8-LORA – de draadloze versie met de RF-LORA-zendontvanger.
- Engelstalige documentatie: docs.trikdis.com – iO-8 Input/Output Expander en de iO-8-productpagina van trikdis.com (technische gegevens en de steeds actuele lijst van compatibele apparaten).
De handleidingen op docs.trikdis.com zijn in het Engels.


